EINDWERK: De rol van discipline 5 op gemeentelijk niveau en de mogelijkheden tot professionalisering. | Jasmien O

Discipline 5 wordt nog te vaak gezien als ‘het vijfde wiel aan de wagen’. De expertise van deze D5-verantwoordelijken is zelden erkend, ondanks hun groot belang binnen de algemene noodplanning. Daarom bekijkt dit onderzoek welke elementen kunnen helpen om deze discipline verder te professionaliseren.

Door middel van een enquête bij lokale D5-verantwoordelijken bekijken we hun huidige situatie. Er wordt gepeild naar hun functie-invulling, ervaring, opleiding en dergelijke meer. Van daaruit en op basis van een literatuurstudie formuleren we enkele conclusies en aanbevelingen die kunnen helpen om de discipline verder te professionaliseren en de plaats te geven binnen de noodplanning die ze verdient. Deze aanbevelingen worden geformuleerd op basis van het 10-puntenprogramma uit het onderzoek van Steven Vermeeren (2015). Hij verrichtte namelijk hetzelfde onderzoek, op basis van dezelfde onderzoeksvraag, maar dan bij noodplanningscoördinatoren en kwam tot een tiental knelpunten. Deze zijn vergelijkbaar met de knelpunten die discipline 5 ervaart en worden daarom ook zo beschreven.

Tussen de start van dit onderzoek en dit rapport werd ondertussen een nieuw Koninklijk Besluit omtrent noodplanning (2019) uitgeschreven. In dit KB kunnen we reeds enkele van de aanbevelingen terugvinden, maar hier blijven zeker nog enkele interessante pistes onbewandeld. Uit algemeen literatuuronderzoek blijkt dat de communicatieverantwoordelijke in steden en gemeenten vaak al een manusje-van-alles is. Daarnaast zijn ze vaak onderbezet om meer dan het dagelijks beheer te doen van de belangrijkste communicatiekanalen. Er is dus met andere woorden heel weinig tijd om zich eveneens te bekwamen in crisiscommunicatie en het takenpakket van discipline 5. De functie van lokale D5 valt trouwens nog geregeld samen met die van noodplanningscoördinator. Uit het onderzoek van Steven Vermeeren (2015) zien we duidelijk dat deze twee eigenlijk zeer moeilijk te combineren zijn.

Uit de resultaten van het onderzoek kunnen we zeker enkele boeiende zaken afleiden. Zo worden de lokale D5 vaak (te) laat gealarmeerd van een noodsituatie, worden ze relatief weinig opgeroepen of ingezet en hebben ze niet altijd de juiste communicatie- of werkingsmiddelen tot hun beschikking om hun takenpakket goed te kunnen uitvoeren. Er zijn reeds enkele samenwerkingsverbanden opgestart tussen gemeenten en/of disciplines en er wordt gewerkt aan een uniformer beheer van de functie en gebruikte data over gemeentegrenzen heen, maar daar is nog meer vraag naar.