EINDWERK: Oefenen is leren, maar hoe kunnen we gemeenten leren om te oefenen? | Lien Van Assche

Sinds de invoering van het koninklijk besluit noodplanning in 2006 is ieder lokaal bestuur verplicht om iemand aan te duiden als ambtenaar noodplanning. De functie wordt nu omschreven met de titel noodplanningscoördinator. In de praktijk is de persoon die zich bezighoudt met noodplanning vaak iemand die deze taak opneemt bovenop een ander takenpakket. Hierdoor is het vaak moeilijk om de nodige middelen (zowel tijd, werkingsmiddelen en budget) vrij te maken voor alle taken die dienen te gebeuren in het kader van noodplanning. Het oefenbeleid is één van de taken die daardoor vaak blijft liggen. Toch zijn er ook een aantal steden en gemeenten waar het oefenbeleid wel al verder is ontwikkeld.
Het is daarom zinvol om in de eerste plaats de huidige stand van zaken in kaart te brengen: waar en hoe vaak worden welke type oefeningen georganiseerd en hoe kunnen deze verschillen verklaard worden. In een volgend onderdeel wordt dan bekeken welke de pijnpunten zijn voor het tot stand komen van een oefenbeleid, en welke oplossingen hiertegenover kunnen worden geplaatst.

Het einddoel van dit onderzoek is om de drempels, valkuilen en noden te identificeren, en aanbevelingen te doen om hieraan tegemoet te komen.

Het eigenlijke onderzoek bestaat uit een algemene vragenlijst aan alle noodplanningscoördinatoren van de Vlaamse gemeenten. Hieruit is nadien een beperkte focusgroep samengesteld, om dieper in te kunnen gaan op de resultaten van de vragenlijst.